Gooien!

Het zal zo’n veertig jaar geleden zijn. We woonden in Oss, in het katholieke zuiden. Ik was een jaar of 10 en zat op de Rooms-Katholieke lagere school St. Gerardus Majella. In die tijd ging je na school altijd eerst thuis thee drinken (met één koekje). Vervolgens werd je naar buiten gestuurd om te gaan spelen, zin of geen zin.
Tegenover ons huis stond een voor ons wat vreemde lagere school: School 1940-1945, een openbare school. In de volksmond was dat de protestantse school (als je niet katholiek was, moest je immers wel protestant zijn).
Ik herinner me nog dat het winter was. Er lag een flink pak sneeuw. We maakten sneeuwhutten rond het schoolplein en sneeuwmuurtjes waarachter je je kon verschuilen. En dan maar wachten tot ze naar buiten kwamen.
“Ja, daar komen ze! Gooien!” 
Sneeuwballen gooien tegen de protestanten heette dat ‘spelletje’. Dat deden we niet omdat ze protestant waren of omdat ze ons wat gedaan hadden: we kenden hen niet en er was ons ook niet verteld dat protestanten slecht waren. De meeste ‘protestanten’ woonden niet in onze buurt, het waren vreemden voor ons, maar ze hoefden nou ook weer niet weg. Ik kan me niet herinneren dat we een speciale reden hadden om juist hén aan te vallen. 
Misschien was het ‘alleen maar’ omdat wij wij waren en zij zij.
In het boek Mens tegen alles in las ik dat de schrijver ervan, Frederick Franck, zoiets zag als een uiting van het ‘dierlijke’ in de mens. Iets dat je moet leren ontstijgen door het ontwikkelen van de volgens hem typisch ‘menselijke’ eigenschappenempathie en mededogen.
woeste winterwind –
de ligusterhaag neemt
mussen in zich op

Geen opmerkingen:

Een reactie posten