Tanka-reeks en tanka-tekst (schaduwspoor)

Japan — het land, de mensenSimon Buschman
Een bodembeving
in het diepste van de zee,
de vloedgolf rijst op,
stevent verraderlijk kalm
naar de kust en haar steden.
In ogenblikken
verdwijnt wat er sinds eeuwen
zijn vaste grond vond;
duizenden, meegesleurd — nu:
lichamen onder het puin.
In het niemandsland,
een gevecht tegen de tijd:
hun doden zoeken;
striemende regens, angst, sneeuw
en moddersilhouetten.
Dit dorp, weggevaagd,
de ingeplante akkers
onvindbaar, o land;
de heuvels rondom, nevels,
onheilspellend — demonen.
Geen woorden meer,
een klein gebaar, een buiging,
een godenoffer.
Wat rest ons, buitenstaanders
— laten we kaarsen branden.

Onteigend verdriet
Arnold Vermeeren
Simon vertelde me dat een Japanse vriend hem had gezegd: “Het Westen onteigent ons verdriet, eigent het zich toe – tot ons meerder verdriet.” Dat was na de bodembeving in de oceaan, de tsunami erna en de Fukushima-ramp; en alle media-aandacht die daarbij hoorde. Ik had al die beelden gezien. Ik had het erg gevonden. En nu vertelt iemand me dat ik – ‘het Westen’ – daarmee zijn verdriet afpak?
Boosheid. Ik voel me aangesproken – begrijp het niet. Mag ik niet meevoelen? Had ik die beelden niet mogen bekijken? Maar ook: hij voelt dat zo! Wie ben ik – buitenstaander, in comfortabele omstandigheden – om me daar boos over te maken? Hij heeft gelijk, het zou wel wat minder mogen, maar wat kan ik?
Hier is volop zon,
maar hoge wolken werpen
elders een schaduw;
als al mijn doen zal falen
— hier en nu — wat doe ik dán?*
Een andere Japanner schreef: “In het diepste duister kun je slechts stil zitten en wachten tot je ogen wennen aan het duister.”**
Laat ik, naar het voorbeeld van Simon, een kaarsje branden. En – niet in het diepste duister – toch stil gaan zitten.
*De laatste twee regels zijn een vertaling van Shin’ichi Hisamatsu’s ‘fundamentele’ zen koan.
**Citaat uit Norwegian Wood van Haruki Murakami.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten